Archief
<< Vorig artikel | Volgend artikel >>De Nationale Sportinnovatie Agenda
26 maart 2009
Op weg naar een internationaal vooraanstaande samenwerking tussen sport en wetenschap
InnoSportNL neemt het initiatief voor het opstellen van de Nationale Sportinnovatie Agenda
(NSIA)
Inleiding
Nederland heeft grote ambities op sportgebied. We willen o.a. structureel bij de beste 10 sportlanden van
de wereld horen (gemeten naar de Olympische medaillespiegel) en streven er naar om minimaal 70%
van de Nederlanders te laten voldoen aan de normen voor gezond bewegen. Dit zijn twee belangrijke
doelen bij het “op Olympisch niveau” brengen van ons land voor het jaar 2016, noodzakelijk om een
ambitie te kunnen realiseren die in de Troonrede 2008 is uitgesproken: het mogen organiseren van de
Olympische Spelen in 2028.
Kennis
In talrijke analyses en beleidsnota’s komt steeds weer naar voren, dat de BV Nederland het ten opzichte
van de internationale concurrentie vooral moet hebben van kennis en innovatie. Dit geldt ook voor de
sport. De topsport vist in een kleine vijver en zal dus een hoog rendement moeten halen om uiteindelijk
voldoende Olympische medaillewinnaars voort te brengen. De breedtesport heeft een toenemende
behoefte aan voorzieningen, bewegingsvormen en trainingsmethoden die zowel bewezen effectief zijn als
aansluiten bij het moderne leven. Hoogwaardige, zich steeds weer vernieuwende kennis is onontbeerlijk
om dit te bereiken.
Investeringen
Ondanks bovenstaande ambities en constateringen investeert Nederland bijzonder weinig in
sportwetenschappelijke kennisontwikkeling. Niet alleen blijft het percentage van het bruto nationaal
product dat in algemene zin aan onderzoek en ontwikkeling wordt besteed naar internationale normen
achter, ook is het percentage daarvan dat besteed wordt aan sportwetenschappelijk onderzoek veel lager
dan verwacht zou mogen worden op basis van de maatschappelijke en economische impact die sport in
onze maatschappij heeft. Het is dus logisch om toe te werken naar een forse toename van de budgetten
voor sportwetenschappelijk onderzoek.
Benchmark
Wetenschap kan bijdragen aan betere sportprestaties. In Groot-Brittanië, dat een sterke academische
traditie op het gebied van de sportwetenschappen kent, is het rendement van de aanwezige kennis pas
de laatste jaren enorm toegenomen door het “vrijmaken” van wetenschappers voor het ondersteunen van
topsporters. Tijdens de Olympische Spelen 2008 in Beijing behaalde het land een 4e plaats op de
medaillespiegel, een opmerkelijke sprong voorwaarts ten opzichte van eerdere edities (2004 10e; 2000
10e; 1996 36e; 1992 13e). Uiteraard kent deze sprong nog een aantal andere oorzaken, zoals een forse
toename van topsportbudgetten in de aanloop naar de Spelen van 2012 in London, maar de nauwere
samenwerking tussen sport en wetenschap heeft er zeker toe bijgedragen.
Australië, dat ongeveer evenveel inwoners heeft als Nederland, behoort al geruime tijd tot de 10 beste
sportlanden van de wereld, zoals blijkt uit de medaillespiegels van de Olympisch Spelen: 2008 6e; 2004
4e; 2000 4e; 1996 7e; 1992 10e. Het werk van het Australian Institute of Sports, waarin sport en
wetenschap op dagelijkse basis met elkaar samenwerken (in 1981 opgericht nadat Australië in 1976
geen enkele gouden medaille had behaald), levert daar een belangrijke bijdrage aan.
Nederland
Hoewel de samenwerking tussen sport en wetenschap in ons land de afgelopen twee decennia stapje
voor stapje is verbeterd, is de huidige situatie volstrekt onvergelijkbaar met de twee bovenstaande
voorbeelden. Nederland heeft niet één specifieke faculteit Sportwetenschappen, er is op dagelijkse basis
nauwelijks samenwerking tussen sport en wetenschap en de hoogste voltijdse opleiding voor coaches is
op MBO niveau.
De oprichting van InnoSportNL in 2006 was weliswaar een volgend stapje vooruit, maar tegelijkertijd is
daarbij gekozen voor een typisch Nederlandse constructie: verplichte co-financiering door het
bedrijfsleven en zicht op economisch rendement binnen enkele jaren. Met andere woorden: InnoSportNL
geeft de toepassing en exploitatie van al aanwezige kennis een impuls, maar is niet toegerust om de
ontwikkeling van nieuwe kennis te organiseren en stimuleren.
Noodzakelijke inefficiëntie
Per definitie is innoveren aanvankelijk een inefficiënt proces. Het speelt zich af op onontgonnen terrein,
dus er worden veel “fouten” gemaakt. Pas in een later stadium, als de goede ideeën hebben overleefd en
tot wasdom komen, gaat innovatie renderen. In dat stadium kan InnoSportNL haar rol uitstekend
vervullen en zullen kennis en technologie ook geld gaan opleveren. Maar alleen als er ook extra wordt
geïnvesteerd in de inefficiënte sportwetenschappelijke voorfase en in de toepassing van kennis in
methoden (in plaats van alleen in producten) zal de Nederlandse sport op termijn grootschalig kunnen
innoveren en haar doelstellingen kunnen bereiken.
Cultuuromslag
Om Nederland zich te laten ontwikkelen tot een internationale voorloper op het gebied van de
samenwerking tussen sport en wetenschap is er aan beide zijden een cultuuromslag nodig.
De wetenschap zal zich meer moeten inspannen om de eigen doelstellingen en werkwijzen in
overeenstemming te brengen met vragen uit de sport. Dit betekent niet, dat fundamenteel onderzoek
naar de achtergrond verdwijnt. Integendeel: fundamenteel onderzoek is immers de levensader van de
innovatie. Het betekent wel, dat wetenschappers scherper zicht moeten hebben op het veld waarin de
kennis die zij ontwikkelen moet worden toegepast. Momenteel ontbreekt het wetenschappers te vaak aan
voldoende kennis van de sport om de relevantie van hun ideeën, zowel de goede als slechte, goed te
kunnen inschatten. Het betekent ook, dat de wetenschapper minder in het laboratorium en meer in het
veld zal moeten meten, bij representatieve individuen. Individuele optimalisatie is dan ook één van de
beoogde kernthema’s van de Nationale Sportinnovatie Agenda.
De sport zal op haar beurt bereid moeten zijn de samenwerking met wetenschappers in te bedden in de
dagelijkse praktijk. Met andere woorden: structureel tijd en moeite investeren om de eigen efficiëntie te
laten toenemen.
Op weg naar een Nationale Sportinnovatie Agenda
Op basis van haar statuten, waarin “Het leveren van een bijdrage aan structurele verbetering van de
Nederlandse kennisinfrastructuur“ expliciet wordt genoemd, neemt InnoSportNL het initiatief bij het
opstellen van de Nationale Sportinnovatie Agenda (NSIA). VWS, NOC*NSF en kennisinstellingen zijn
betrokken bij de realisatie van de NSIA.
Er is een denktank samengesteld die in de periode maart - april 2009 een eerste visie op de NSIA zal
formuleren. Deze denktank bestaat uit:
- Peter Beek (Decaan Faculteit Bewegingswetenschappen, VU Amsterdam);
- Koen Lemmink (Lector sportwetenschap aan de Hanzehogeschool Groningen en universitair hoofddocent sportwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen);
- Kamiel Maase (meervoudig nationaal recordhouder hardlopen, tevens microbioloog en master student bedrijfskunde;
- Frans Nauta (Lector Innovatie aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, tevens voormalig secretaris van het Innovatieplatform en oprichter van Nederland Kennisland);
- Nicolette van Veldhoven (Programmamanager Onderzoek NOC*NSF);
- Robin van Galen (waterpolocoach, winnaar Olympisch goud in Beijing met Nederlands vrouwenteam)
- Hanno van der Loo (vz) (projectleider NSIA InnoSportNL).
De denktank zal nog worden aangevuld met een expert op het gebied van de technische wetenschappen.
In de periode mei-juni zal de denktank haar visie naar buiten brengen en ter discussie stellen in contacten
met relevante instanties en organisaties als NOC*NSF, NISB, TNO, ministeries van VWS, OC&W en EZ
etc. De partijen die hierbij betrokken moeten worden en de manier waarop dit proces zal worden
georganiseerd is nog onderwerp van overleg.
Resultaat
Na verwerking van alle commentaren ligt er in het najaar van 2009 een Agenda die de basis kan vormen
voor een intensivering van het overheidsbeleid op het gebied van de sportwetenschappen. Op termijn zal
deze intensivering bijdragen aan het bereiken van de eerder genoemde sportieve doelstellingen van de
BV Nederland en aan de economische bedrijvigheid m.b.t. innovaties in de sport.
Potentiële spin-off
Voor het verkrijgen van draagvlak in de Nederlandse samenleving is het van belang te vermelden, dat de
NSIA meer belangen kan dienen dan allen die van de sport, o.a:
• Nederland wereldwijd positioneren als kennisland;
• Beta / techniek opleidingen aantrekkelijker positioneren;
• Breed toepasbare kennis verkrijgen over optimale belasting / voorkomen overbelasting;
• Individuele optimalisatie / talentontwikkeling als voorbeeldcasus voor andere werkvelden;
• Aansluiting op strategische keuzes op het gebied van innovatie, zoals ICT, nanotechnologie,
genomics, proteomics en metabolomics.
Meer weten over zakelijke kansen bij InnoSportNL?
Stuur een mail naar info@innosport.nl of bel (tijdens kantooruren) met +31 (026) 483 45 98

